works Studio exhibitions works 2004-2010 earlier works murals Bp Portrait Award 2005-2006-2008 CV review

Focus op twee gezichten

‘Ik portretteer niet om ego’s te strelen’

Wallen, rimpels, een litteken of huiduitslag. Niets ontgaat Annemarie Busschers wanneer ze een portret maakt. Wie zich door haar laat schilderen moet niet denken dat Busschers de werkelijkheid mooier maakt of verdoezelt. “Het is ook niet mijn bedoeling om iemand lelijker te maken. Maar ik concentreer mij op bepaalde facetten van een gezicht. Die vind ik interessant. Daarmee maak ik een kunstwerk dat los staat van de persoon.”

Annemarie Busschers heeft net een nieuw atelier betrokken, even buiten de stad Groningen. Aan de frisse wanden hangen enkele enorme portretten. Opvallend is de kleurige tuinslang met sproeikop, naast het schilderij tegen de achterwand van het atelier, en de lange afvoergoot die eronder in de vloer is verwerkt. Hier wordt niet alleen met gebruikelijke materialen als verf en kwast gewerkt.
“De omgeving is erg belangrijk voor mijn werk,” legt Busschers uit. “Eerder had ik een atelier in een antikraakpand in de stad. Daar kon ik naar hartenlust spelen met water. Daarmee spoel ik lagen af van mijn schilderijen. Hierdoor krijg je lopers en rimpels in de portretten, die je anders nooit zelf zou kunnen maken. Zomaar cadeau. Daarom moest deze voorziening geïnstalleerd worden in mijn nieuwe atelier.”


© Rolf ter Sluis

© Rolf ter Sluis


Excessief
Annemarie Busschers (1970) tekende aanvankelijk heel gedetailleerde voorstellingen met fantasiewezens, onder meer geïnspireerd op de wonderlijke werelden van Jeroen Bosch. “Ik ben opgegroeid met de Bijbel, maar ik las ook mythologieën en Dante. Ik vond het leuke boeken, met mooie verhalen, die voor mij allemaal voortkwamen uit eenzelfde soort ongebreidelde fantasie. Die verwerkte ik in mij tekeningen. Totdat ik zwanger werd, en ik niet meer in staat was aan tafel te werken, zoals ik gewend was. Van het ene moment op het andere was ik ook klaar met dat onderwerp: Ik krijg een kind en kan mijn kunstcarrière wel inpakken.”
Haar zoontje bleek eczeem te hebben. “Hij was daar excessief mee bezig en krabde zichzelf tot bloedens toe. En ik, als moeder, was natuurlijk óók op zijn eczeem gefocust. Dus dat was het onderwerp, dat mij als kunstenaar bezig hield. Ik heb een transparant stuk papier gepakt en daar zijn portret op getekend. Op de achterkant bracht ik kleur aan, op de plekken waar het eczeem zat. En op die plekken heb ik het papier opengekrabd. Daarmee kreeg het oppervlak letterlijk een huid.”
Dit eerste portret zou het omslagpunt vormen naar een nieuw genre en naar een nieuwe werkwijze met ruimte voor experiment. Ze portretteerde een zoontje van goede vrienden met een stofwisselingsziekte, dat gordelroos in zijn gelaat kreeg. “De ene helft van zijn gezicht was helemaal gaaf, de andere helft was min of meer ‘verwoest’. Op dat deel van het schilderij heb ik toen de schuurmachine gezet. Er kwamen allemaal gaten in. Ik schrok er van en heb het een tijdje weggelegd. Later heb ik het schilderij hersteld met stukken papier. Daardoor kwam er een extra laag, net als de korst op het gezicht van die jongen. Vorm en inhoud kwamen er voor mij in samen.”

Karakter
Dit was het begin van het ‘halfzijdige’, zoals Busschers het noemt. “Wat overkomt je in het leven, waardoor je een ‘scheef’ gezicht krijgt: deels goed en gezond, en deels beschadigd. Die twee gezichten bij één persoon vind ik interessant.”
Het portret achter in het atelier is van de vader van haar partner. “Hij heeft een beroerte gehad, waardoor ook zijn gezicht is aangetast. Toen ik hem voorzichtig vroeg of ik hem mocht portretteren, zei hij direct: ‘Ja, hoor’, en trok meteen zijn bovenkleren uit. Dat gebaar was zo kwetsbaar en tegelijk zo sterk. Ik ben er nog niet over uit, of ik die plek op zijn hoofd ten gevolge van een val bewerk, of juist helemaal leeg laat. Door zo’n beroerte is er veel gebeurd, maar tegelijk ook wat afgestorven. Zulk onderzoek vind ik belangrijk.”
“In een portret probeer ik het karakter van een persoon weer te geven en me in te leven in hoe zo iemand zich voelt. Ik wil met mijn portretten geen karikatuur maken of iemand afbreken. Maar zo’n facet kan het uitgangspunt vormen voor een kunstwerk. Er is zoveel af te lezen aan degene die tegenover je zit.”

Vertrouwen
Busschers portretteert voornamelijk mensen uit haar eigen omgeving, en ook zichzelf. “Ik kan niet zo goed iemand ‘naar de bek’ schilderen. Ik wil niemand kwetsen, maar ook niet ‘pleasen’. Ik moet alle vrijheid hebben. Iemand stelt zich, zeg maar, ter beschikking. Die doet dat in vertrouwen en weet dat ik hem of haar niet mooier maak, maar een kunstwerk maak, dat prikkelt en uiteindelijk los staat van de persoon. Ik schilder die persoon als het ware weg.”
Waarom maakt ze geen fantasieportretten? “Nee, die werkelijkheid naast een element dat iemand uniek maakt, fascineert mij. Ik wil weten waar precies die ene ader loopt of dat plekje zit in iemands gezicht. In de werkelijkheid zie je soms dingen die je zelf nooit zou hebben bedacht. Met fantasie repeteer je slechts wat je in je hoofd hebt opgeslagen. Dat deed ik in mijn oude werk. Nu vind ik het interessant als het klopt. De geportretteerde kan er misschien anders over denken. Maar als je in de spiegel kijkt, zie je ook een ander beeld dan wat anderen van je hebben. Het is mijn interpretatie, waar ik een emotie mee wil oproepen. Dat kan ook verdriet zijn, of woede. Het is in ieder geval belangrijk dat het kunstwerk met je praat.”
Een enkele keer maakte ze wel portretten in opdracht. Van een hoogleraar, bijvoorbeeld, of van Jacques Wallage, bij zijn afscheid als burgemeester van Groningen. Aan zulke opdrachten kleven natuurlijk allerlei beperkingen. Maar dan vond ze wel haar vrijheid in het gebruik van materialen. “Zo heb ik het jasje van Wallage gemaakt van fineer. Daarmee haal je meteen de structuur van houtnerf in je schilderij. Of wanneer je een trui wilt weergeven: ga die breien. Dan hoef je het niet meer te schilderen. Je krijgt zoveel cadeau met de huid van verschillende materialen. Die zou je er nooit uithalen, wanneer je dat zelf zou schilderen.”

Fotografie
“In mijn portretten gebruik ik nog steeds veel potlood. Ik kan daar prettig scherp mee werken waar verf het laat liggen. Ik combineer het grafiet met bijvoorbeeld verf, was of conté, wat telkens een ander effect oplevert.”
Ze maakt vaak tientallen foto’s van haar modellen. Wordt het gebruik van fotografie vaak niet als ‘not done’ beschouwd in de schilderkunst? “Dat vind ik volstrekte onzin en zo traditioneel gedacht. Ondertussen gebruiken veel collega’s de camera. Ik gebruik zelfs de computer om op de foto’s in te zoomen en bijvoorbeeld contouren of adertjes precies in beeld te brengen. Ieder werkt natuurlijk op zijn eigen manier, maar als je naar de ontwikkeling van de kunst kijkt, zie je dat men altijd nieuwe middelen heeft toegepast.”

Exposeren
In plaats van dat Busschers haar kunstcarrière kon inpakken heeft de nieuw ingeslagen weg juist goed voor haar uitgepakt. Sinds 2003 was ze enkele keren genomineerd voor de BP Award in Londen en ontving ze in Groningen de J.K. Egbertsprijs. Afgelopen maand is een kunstwerk van haar nog uitgekozen tot een van de vijf Favorieten door de bezoekers aan in Museum Belvédère in Heerenveen. Maar verder exposeert ze vooral in het buitenland, en dan voornamelijk op beurzen.
“Ik breng mijn werk het liefst op een beurs. Daar komt een breed en gevarieerd publiek. Dus kunnen veel verschillende geïnteresseerden mijn kunst zien.” Busschers heeft hiervoor galerie Witzenhausen in de arm genomen. “Die heeft vestigingen in Amsterdam en New York, en presenteert mijn werk dus ook in Amerika. Het is misschien een klein galerietje, maar met veel lef. Bij Witzenhausen kan ik in alle vrijheid mijn werk maken. Juist omdat ik die ruimte krijg, voel ik mij er op mijn plek.”

Illand Pietersma


Annemarie Busschers portraits: Saying good-bye to the self

Annemarie Busschers (NL) was born in 1970, in southern, catholic 's-Hertogenbosch, Hieronymus Bosch hometown; she moved to the northern, protestant city of Groningen in the early 90s where she studied at the Minerva Fine Arts School; she never moved back down South. Her first body of work drinks directly from Bosch heritage; soon enough she found her own theme and language. In 2003 she makes Child I, work which signals the turning point in her oeuvre; in 2005 Chicken Pox is selected for the BP award of the London National Portrait Gallery, for which her work will be selected again in 2006 and 2008. Since then, her body of work consists of self-portraits and portraits she works on based on a photograph.


Her work belongs to the Dutch tradition of reproducing the subject matter with utter detail, as if we could touch with the eye the textures of the surfaces, the fabrics and the skin, etc Busschers work digs deeper into the meaning of contemporary individualism by treating the surfaces as landscapes with a right of their own. They are not psychological portraits, in the manner of Lucian Freud, her work is scientific, almost microscopic; she researches the surfaces of the body, of the imperfect, uneven skins, bound to illness, decay and ultimately death. They are paintings of hybrid beings where the subject is not only painted but also built by different layers of materials such as acrylic paint, pencil, pastel, epoxy, wood, wax, paper and felt. Portraits are therefore not only painted but also constructed by adding these layers onto the canvas. These layers help document the constant change we are subjected to, as if we were observing with the curiosity of a teenager who in front of the mirror stares with resentment, anger and fear the mutations the body goes through. Indeed, the individuals portrayed seem to be looking at themselves into augmented mirror.

Busschers raw realistic portraits and self-portraits mirror today's self-obsession, the self-centeredness of the child, we haven't outgrown and which is at the core of the contemporary consumerism society. Contemporary Consciousness Studies affirm that subjective feeling is an illusion. Psychologist Susan Brown affirms, that such thing as subjectivity does not exists; there is only experience. Yet, we seem to be in the middle of a hyper individualistic society that pushes us to believe we think, act and choose as individuals. Self-centeredness might not let us be aware of the fact that we are constructed by our environment, that the so-called right to privacy disappears in the name of social control and security. Hybrid objects appear when there is a new item that makes the previous one obsolete, think for example of the complexity of the typewriter when it was being left aside by computers. While reflecting individualism and self-obsession, Busschers hybrid beings might signal the end of the self, which is yet to come.

Witzenhausen Gallery


The large raw-realistic paintings by Busschers are in a seemingly photorealistic style. Her interest however is not photorealism, but lies in the graphic, complex and at the same time clear treatment of the subject matter. This makes her work immediately recognizable and contemporary. Each portrait asks for its own treatment. The materials used in one piece can exist from linen, cotton, felt, graphite, acrylic, rubber and even wood. With this complex layered work method the result seems to strike comparison in drawing, painting and three-dimensional work. The skin of the models is what fascinates her most: the portraits are only a pretence in the exploration of this part of the human body. Busschers takes photographs of her models and studies the skin on irregularities, lines, grooves and veins. These are emphasized in the painting process; the skin as an intriguing landscape that is examined on spots and irregularities

rutger Brandt


inferno

inferno

2005
Annemarie Busschers earlier work was slightly related to the town in the Southern part of the Netherlands where she was born.‘s-Hertogen-bosch, the town of the medieval artist Hieronymus Bosch (1450 –1516). The modus operandi of Annemarie Busschers’ work is the pencil accurately used on fragile paper. Black and white drawings full of unexpected details without losing the telling story context.
A good example of the earlier works of Annemarie Busschers is the ‘Inferno’ inspired by La Divina Comedia, Dante Alighieri (Italia, 1265-1321). A glass fishbowl expressing a mix of fears, a show of hostility.


ChildI

ChildI

The making of the ‘Chicken pox’ marks the transition from the earlier work to the new which was started by the ‘Child I’ portrait.
Not only have the contents of the work changed: her new born son, children, the human face seems to be a new source of her inspiration. Her technique changes and her skills are expanding. Pencil is used on rice paper glued to canvas to draw in full detail the subject. Acryl and oil are used to fill the pencil drawing, giving the subject an extraordinary expression and force. What is kept from the earlier work is the full detail.



Detail

Detail

Blow up the left eye in ‘Chicken pox’ and you can more or less feel, touch the flagrancy of the tissue. Chickenpox was sent in and selected for the BP award 2005.

Frits Bolt



Biografie
1970 's-Hertogenbosch, The Netherlands

Education
Art academy Minerva Groningen 1991-1996


Prizes
2013 Museum Belvedere, Heerenveen. Collection exhibition, Second prize
2003 Participation Koninklijke prijs voor de Vrije Schilderkunst, Amsterdam (2th round)
2005 Selected for exhibition BP Award 2005, National Portrait Gallery, London
2006 Selected for exhibition BP Award 2006, National Portrait Gallery, London
2006 first prize Egberts prize 2007, Groningen
2008 Selected for exhibition BP Award 2008, National Portrait Gallery, London

Projects
Mural Painting, Stichting limor, Veendam
Medical center, Groningen 2003
Mural Painting 'Fivelingo' Appingedam 2006




MijneigenWeb.nl